Xplora Innovatielab

MOOCs: didactiek en opbrengsten

Massive Open Online Courses (MOOCs) genieten een grote belangstelling vanuit onderwijsinstellingen en overheden.

MOOCs onderscheiden zich van 'klassiek' online onderwijs door de grootschaligheid en globale distributiemogelijkheden. Grote groepen deelnemers van over heel de wereld kunnen online deelnemen aan een cursus, zonder toelatingseisen. Sociale media vormen het bindweefsel tussen de deelnemers. De potentiële impact van MOOCs op het onderwijs is op het eerste gezicht dan ook groot.

Ook Avans Hogeschool heeft al ervaringen opgedaan met MOOCs (bijvoorbeeld bij het Expertisecentrum Biobased Economy en bij AE&I). In dit literatuuronderzoek belicht het Leer- en Innovatiecentrum de didactische en economische meerwaarde van MOOCs. Op beide punten blijkt nog een wereld te winnen.

Didactische meerwaarde (vooralsnog) beperkt

Het daadwerkelijke effect van MOOCs op het onderwijs en leereffectiviteit is nog moeilijk te duiden.

Onderzoek van Margaryan et al. (2015) toont aan dat didactische beginselen weinig navolging vinden binnen bestaande MOOCs. De instructionele kwaliteit beoordeelt zij dan ook als matig. Het grootste probleem is het ontbreken van begeleiding door een deskundige/expert, de rol die traditioneel gezien wordt ingenomen door de docent.

Ook de interactie met andere deelnemers is beperkt. Tot op heden blijken sociale media niet in staat het gat op te vullen dat ontstaat door het ontbreken van docenten, tutoren en andere deelnemers. Hoe kennis en materiaal optimaal gedeeld kunnen worden en hoe deelnemers van elkaar kunnen leren binnen een MOOC, is nog grotendeels onontgonnen gebied. Zowel de organisatorische kwaliteit van de cursus als de didactische kwaliteit zijn belangrijk.

Het vrijwillige karakter van een MOOC maakt dat de deelnemer in een eigen tempo kan werken en reflecteren op het materiaal. Dit kan echter ook een eenzame ervaring zijn.

Daarnaast is de grootschaligheid een valkuil: dit kan zorgen voor een overvloed aan commentaar en desoriëntatie. Discussiefora zijn hier het meest bekende voorbeeld van.

Het inrichten van deelomgevingen voor verschillende groepen en het aanpassen van de inhoud voor verschillende niveaus en moderators op de fora worden als mogelijke oplossingen aangedragen. Dit verklaart de trend naar Small Private Online Courses (SPOCs). Dit type cursus richt zich op kleinschaligheid, met persoonlijke begeleiding en leerdoelen plus examens.

De uitval van studenten binnen MOOCs wordt als problematisch gezien. Het aandeel inschrijvers dat de cursus daadwerkelijk afrondt ligt tussen 5 en 12%.

Een groot deel van de uitval vindt al plaats tussen inschrijving en deelname. Onder de aanname dat de cursus een geheel vormt dat de deelnemer als geheel wil beheersen, in plaats van losse onderdelen, is het rendement procentueel gezien laag. In absolute aantallen kunnen er echter nog veel geslaagden zijn gezien de grootschaligheid van de MOOC.

Als belangrijke factoren om uitval te beperken worden de docent en het discussieforum aangewezen. Daarnaast heeft het zeker nut om een tijdsschema aan de cursus vast te pinnen, tenzij de cursus een zeer hoge moeilijkheidsgraad heeft. Evenzeer is het vakgebied van belang: business en management, informatica en filosofie kennen een lagere uitval dan techniek, sociale wetenschappen en wiskunde.

Een kleine kanttekening is dat onderzoek vaak gebaseerd is op 'eerste generatie'-MOOCs. De ontwikkelingen en verbeteringen op dit gebied gaan snel, maar de didactische kwaliteit blijft vooralsnog een punt van aandacht.

Economisch opbrengsten lager dan kosten

Economisch gezien is het mogelijk dat MOOCs een bepaalde waarde vertegenwoordigen voor onderwijsinstellingen. Het kan de merkwaarde verhogen.

Ook kunnen er directe opbrengsten worden gegenereerd door bijvoorbeeld advertenties, readers of seminars naast de cursus. En MOOCs kunnen zorgen voor marktpenetratie en marktaandeel. Een en ander is echter moeilijk meetbaar en de directe kosten zijn groot.

Omdat het ontwikkelen van MOOCs kostbaar is, is het aan te raden om de strategie te verbinden met een internationaliseringsstrategie, het stimuleren van innovatie en het zoeken van de juiste samenwerkingspartners. Bij de ontwikkeling is het definiëren van een verdienmodel en specifieke doelgroepen essentieel om uit de kosten te komen. Daarnaast kan de MOOC-methodiek een belangrijke rol spelen in het faciliteren van levenslang leren en individuele verdieping binnen de opleiding.

Een interessante optie om op kosten te besparen is het (her)gebruik van reeds bestaand online materiaal, in plaats van het zelf produceren van een MOOC.

Leestips

De volledige literatuurlijst is opvraagbaar bij Daniel Rijckborst en Theo Nelissen (beiden van Institutional Research Leer- en Innovatiecentrum).

Laatst bijgewerkt op 23 februari 2017.